dinsdag 25 oktober 2016

Herfstmeisje

Er is niets wat mij blijer maakt (nu ja, bijna niets) dan een perfect oranje blad dat knispert wanneer je het opraapt, zou breken wanneer je het boog (maar dat doe je niet!) en met al zijn broertjes en zusjes door de wind opgetild wordt en zweeft door de eveneens oranje wereld. Iedere dag opnieuw baan ik me met een fantastisch plezier een weg door de straten bedekt met de overblijfselen van een groene zomer en geniet ik van elke windvlaag die de dag nog kleurrijker maakt. Prikkelende wangen en haast blauwe handen - het doet me niets - want al die kleine ongemakken herinneren me er aan dat thuiskomen straks fijner zal zijn dan ooit. Deur open, snel de verwarming aan en nog even wachten met het uitdoen van je jas - is het nu al donker? Het water gaat in de ketel en de favoriete thee wordt uitgekozen (smaken als kaneel en steranijs kunnen weer hoor) en zodra het welbekende klikje wijst op een prima watertemperatuur is het blazen geblazen. ‘Ook een kopje voor jou?’ - en avonden van gepland uitgaan en gesleep van het één naar het ander veranderen in avonden met boeken en series en mandarijnen (en stiekeme vroege pepernoten). De Westertoren pronkt in de verte en het is kermis op de Dam - allemaal mooi, als ik het maar kan aanschouwen vanuit het keukenraam met een kop chocolademelk in mijn hand. Vroeg naar bed gaan is niet meer suf maar fijn en de kastjes zijn weer leeg want de dekens zijn uit de kast. Na een tijd worden warme sokken met tegenzin van de al koud wordende voetjes gepulkt maar dat is prima, want voor morgen ligt een nieuw paar klaar - de grote lamp gaat uit en de kaarsjes aan en er worden nog tien pagina’s gelezen, uiteindelijk stiekem een stuk of honderd. Gaan slapen is niet zweterig en plakkerig en benauwd maar fijn omdat je weet dat er ná een nacht van verstopt zijn tussen kussens een ochtend met thee en appeltaart voor je klaarstaat - en niet de wind maar je adem blaast de vanillekaarsjes uit en de semi-donkere dag is nu écht donker en voorbij maar dat is goed, want morgen is er nog zo één.