maandag 6 juni 2016

Over echt geluk en een zonnebril

Ik zit op dit moment in het park met honderdduizend kopieën van te lezen literatuur voor me, maar het enige waar ik aan kan denken is precies deze situatie, ongeveer een week geleden. Heel veel uren terug zat ik namelijk ook hier, met een andere berg uitgeprinte artikelen voor me - tevergeefs, uiteraard - en onder mijn kleedje lag een envelop. Ik tref niet vaak iets aan in mijn brievenbus, maar soms maak ik enthousiast het irritante kleine deurtje open en wordt mijn hoop bevestigd door een zorgvuldig ingepakt kaartje: het is altijd een fijne illustratie of een verrassing van een goed vriendinnetje. Dit keer was het geen tekening of zakje lavendelzaadjes met mooie citaten, maar een foto. Ik had de foto al eens eerder gezien, maar het in mijn handen hebben van een daadwerkelijke uitdraai van deze momentopname maakte mij dankbaar voor het feit dat ik een zonnebril op mijn neus had die beschermt tegen onze grote gele vriend maar blijkbaar ook ziltige drupjes water. 

‘Doe er mee wat je wilt, behalve weggooien. Je hebt ons vertrouwen, liefs opa en oma’, stond op de achterzijde in het sierlijke handschrift dat alleen grootvaders lijken te hebben. Ik ga de foto niet delen maar zal slechts proberen mijn gevoel om te toveren tot woorden - het zien van deze print zal namelijk niemand dezelfde steken in het hart en waterval aan herinneringen bezorgen als mij.

Aan de voorzijde van het stukje papier iets kleiner dan een A4’tje staan twee mensen afgebeeld - opa links, oma rechts. Ze liggen in een klein bed; pyjama aan, een tegen de kou beschermende deken is om hen heengeslagen. De foto is van boven genomen en het enige wat ik heel duidelijk kan zeggen is dat wanneer ik naar deze foto kijk, ik intens geluk zie. Opa’s arm ligt om oma’s schouder, ze lachen - ze zijn zich niet bewust van de camera, zijn in hun eigen veilige wereldje waar alleen ‘ons’ is en narigheid niet bestaat.

Natuurlijk bestaat narigheid wel. Opa’s en oma’s maar ook anderen gaan gebukt onder tijd door het leven, belast door het gewicht van nare ziektes en gebeurtenissen die niet of juist te gemakkelijk vergeten kunnen worden. Deze rottigheden bestaan niet op het moment van de foto: leeftijd doet er niet toe, het verleden niet, herinneringen wel maar slechts de goede: alles is oké, ook al is eigenlijk niets dat.

Al heel mijn leven struin ik door musea en foto-exposities en lees ik de lastigste boeken, op zoek naar beschrijvingen en opnames van fijne momenten waar ik mezelf op de één of andere manier in kan herkennen, die me blij maken, verdrietig maken, eigenlijk gewoon een gevoel geven, wat dan ook. Het is heel frappant dat ik deze foto niet vond in een van die met kunst volgestouwde ruimtes of met letters gevulde boeken maar in de brievenbus, toen ik helemaal niet op zoek was naar een dergelijk gevoel en me eigenlijk gewoon het huis uit haastte om te genieten van de grote gele vriend waar ik het eerder over had. 

Als ik naar deze foto kijk denk ik aan stenen bloepen en wandelingen en kletsen met opa en rode kool met braadworst toen ik die wel nog at, aan verhalen over de kolenmijn en oma’s cake in aluminiumfolie mee naar Amsterdam, aan in de tuin zitten met Aafke erbij en tekenlessen toen ik klein was en oma’s schattige slofjes en tussen-de-middag eten op de basisschool en het verschil met hoe opa ons nu niet meer ophaalt maar ík achter het stuur zit en hoe snel dingen veranderen (en nu ook aan hoe lang deze zin al is, mijn hemel). Ik ben zo intens blij dat ze er nog zijn, dat ze nog naar de deur kunnen schrompelen als de bel gaat en we nog steeds gebakken aardappeltjes kunnen eten ook al maak ik ze nu en opa niet meer en dat oma nog steeds 'ach Heinz' zegt met dezelfde glimlach als waarschijnlijk vijftig jaar geleden - dat het als ik in geen weken meer richting het zuiden ben gereisd altijd als vanouds voelt om weer bij ze in de keuken te zitten en te wachten tot ze klaar zijn met kaarten. Als ze elkaar ooit het donker in volgen en ik deze tekst terug lees denk ik dat ik blij zal zijn dat ik een zonnebril heb. 

De foto is niet zo lang geleden genomen maar sinds ik hem voor het eerst zag denk ik er dagelijks aan - als ik even niet weet waar ik in hemelsnaam mee bezig ben en wat ik eigenlijk moet dóén met mijn tijd op deze blauw met groene bol werp ik een blik op de opname die voor mij bevestigt dat écht geluk echt wel bestaat. Dat het kan bestaan op verre reizen en mooie dagen en geplande afspraken en momenten wanneer je er op hóópt, maar eigenlijk veel oprechter is in een bed onder een witte deken en elkáár en niet heel veel meer. 

1 opmerking:

  1. Absoluut prachtig verwoord. Iets vergelijkbaars heb ik met het woord dat precies datzelfde beschrijft en ik ooit in een kinderboek las: pantoffelliefde. Het is me altijd bijgebleven en lijkt me het allerfijnste dat er bestaat. Prachtig stukje!

    BeantwoordenVerwijderen