woensdag 4 oktober 2017

Herinneringendingen

Een paar dagen geleden reisde ik af naar mijn oudjes om een avond thee te drinken, naar Elvis te luisteren, en veel te vroeg voor de tijd van het jaar pepernoten te eten. Op een gegeven moment hadden we het over vroeger (want dat doe je als je in een onesie op de bank ligt met een bril op en dus heel veel sinterklaassnoepgoed in je buik). Als mijn ouders mij lang geleden meenamen naar de film - het maakte niet uit of het nu Polleke was of een stomme Disney-film of iets wat ik überhaupt niet snapte - moest mijn zusje me na afloop blijkbaar een tijd troosten omdat ik altijd huilde op het moment dat we weer naar de auto liepen, op weg naar huis. ‘Sjoukje, het is maar een film’, stel ik me voor dat er gezegd werd - maar het ging schijnbaar niet om de emotionele ofwel filmische kwaliteiten van de film, maar om het feit dat hij voorbij was.

Op een gegeven moment werd ik ouder en werden films bezocht met vriendinnen en zaten er na afloop nacho-kruimels op mijn wangen in plaats van tranen, maar ik kan me evengoed herinneren dat ik altijd intens verdrietig was als iets klaar was. Afgelopen. Een vakantie (‘ik wil niet weg uit Corfu-hu-hu-hu!), een familiefeest (‘en wat nu dan?’), ga zo maar door. 

Dat is nog steeds zo. In mijn hoofd zijn het nooit de herinneringen waar ik een fijn gevoel aan overhoud, maar is het feit dat ik iets niet meer op dezelfde manier zal beleven dat wat mij verdrietig maakt. ‘Ach, het was toch fijn?’ is een tegenargument wat me bozer maakt dan wat dan ook, want het ‘was’ laat zien dat het dus in het verleden ligt en niet meer ‘is’. En wat heb je aan iets wat niet meer is? 

Nu moet ik ook wel zeggen dat ik denk dat deze tendens is ontwikkeld door de manier waarop mijn hoofd werkt, of waarop ik hem laat werken. Ik doe aan een lichte vorm van gevoelsmarteling die bestaat uit het bekijken van foto’s van vroeger (of anderen, u bent de schuldige, Facebook!), of het denken aan tijden in bootjes wanneer ik over de Oudegracht loop en vroeger fijne, nu nare herinneringen mijn hoofd binnen marcheren als de mannetjes van Buena Vista Social Club. Tja. Meestal verwijder ik confronterende foto's van mijn laptop, telefoon, muren, wat je ook kunt bedenken - maar bij alles wat over blijft bedenk ik me nog wel iets anders. Werkt ook niet.

Dit is één van de dingen van mijn hoofd die ik afschuwelijk lastig vind om te bevatten. Waarom zijn dingen die vroeger invloed hadden op mijn leven maar dat nu niet meer zouden moeten doen nog steeds zo allesoverheersend? Het zal wel te maken hebben met stofjes in je brein die een bepaald geruststellend geluksgevoel zoeken dat je niet meer krijgt omdat het niet meer in het nu is, wat zorgt voor een anti-climax-tegenreactie. Maar waarom kan ik dan niet net zo veel genieten van de dingen die op dit moment net zo veel geluksstofjes opleveren? Krijg ik dan slechts zo’n extreem geluksgevoel door nostalgie, wat ervoor zou zorgen dat ik één grote tegenstrijdigheid in een menspersoon ben? Misschien ben ik wel jaloers op de oude versie van mijzelf. Maar dat klopt ook niet. 

Tja. 

Ik huil gelukkig niet meer als ik uit de film kom (behalve als het dan echt prachtig was) en na een vakantie weer naar huis gaan maakt me niet meer zo sip als dat het vroeger blijkbaar deed. Nu moet ik nog even een oplossing vinden voor mijn allesoverheersende herinnering-probleem. Misschien zijn pepernoten dat wel. 


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen